Als je vraagt naar het waarom raakt Jacob van Veen niet uitgepraat. Hij roemt de sportieve uitstraling, het design, het prachtige modellenwerk van Pininfarina, de racehistorie en het onbereikbare voor een doorsnee jongeling die hij was toen zijn liefde voor Ferrari begon.

Auto- en motorliefhebber staat er op zijn visitekaartje. Dat is beslist niet overdreven en wordt duidelijk als hij een rondleiding geeft door de vele vertrekken achter het woongedeelte van zijn boerderij. We noemen een Ferrari 250 GTO, een Jaguar XKR Coupé, een Datsun 280 ZX, en motoren. Vooral Suzuki’s waar het type GSXR 750 een belangrijke plaats in nemen. “Dat was de allereerste supersport. Kwam in 1985 op de markt. Een racemotor voor op de weg”, steekt Van Veen enthousiast van wal. Maar ook een MV Augusta, een Suzuki Hayabusa en een Ducatie 916 behoren tot de collectie. Op en in alles wordt gereden. Van Veen: “Wat staat, vergaat en wat rijdt, slijt. Dat laatste moet je hebben. Van een auto die al tien jaar stilstaat, moet je afblijven.” Op woensdagavond is het sleutelavond in huize Van Veen. “Dan zijn we met acht man. Veel vaders en zoons, net als bij mij. Dan beginnen we met de keek op de week, sleutelen en afsluiten met een biertje.” De passie voor Suzuki heeft hij overgehouden aan het poetsen op jonge leeftijd, van de motor van dit merk van zijn broer en zijn maat.

Terug de Ferrari 250 GTO. Voor alle duidelijkheid, het betreft een replica. Een nauwelijks van echt te onderscheiden replica wel te verstaan. “Ik ben een verzamelaar”, zegt Van Veen met gevoel voor understatement. “Deze kwam ik tegen op Marktplaats. Ik zocht er niet om, maar zag hem toevallig. Ik kende de man uit de Datsun-wereld. Hij was met pensioen en wilde de auto niet meer af maken. Hij zocht een liefhebber.” De auto heeft een Datsun 280 Z uit 1977 als basis. “Het plaatwerk was klaar. Dingen als de grille, deurgrepen, vulopening van de tank moesten nog worden gedaan. Een bevriend monteursechtpaar heeft me daarbij geholpen. In ruil heb ik hun Suzuki GT 750 model A gedaan.” De Ferrari GTO werd in 2008 gekocht, maar is pas vlak voor de beurs helemaal klaar. “Ik was druk met Suzuki’s restaureren. Dat duurde langer dan de bedoeling was. Ferrari heeft trouwens de verkoop van GTO-bodykits verboden. Waarom is mij niet bekend, maar ik denk om het exclusief te houden. Er zijn nog maar 37 GTO’s in de wereld. Er is vorig jaar eentje voor 70 miljoen dollar verkocht.”

Van Veen sleutelt niet alleen met zijn zoon samen maar werkt in het dagelijks leven ook met hem. In een aparte kamer is het Ferrari wat de klok slaat. Archiefkasten vol met documentatie vanaf 1964 waaronder een uitklapbare folder van vier meter, meegenomen uit Amerika door een vriend. In de woonkamer vitrines met schaalmodellen. Niet alleen van Ferrari’s maar ook van andere merken. Het was al duidelijk; auto – en motorliefhebber. Trots toont Van Veen foto’s van een Ferrari 365 GT4 2+2. “Ik heb keihard gewerkt om ooit een echte Ferrari te kunnen kopen. Deze heb ik acht jaar gehad. Er zit dezelfde 12 cilinder motor in als de Daytona, en is de grootste auto ooit door Enzo Ferrari gebouwd. De crisis zorgde ervoor dat ik hem moest verkopen. Aan de ene kant met pijn in het hart, maar ook weer niet, want ik reed altijd met samengeknepen billen. Want als je er iets mee krijgt dan kost je dat een klein vermogen. Ik heb er ook twee keer mee op Assen gereden. Een geweldige ervaring. Je kunt niet alles. Ik heb veel dromen waargemaakt. Mijn grootste droom is houden wat ik nu heb”, besluit hij.